Direct naar de inhoud
Valkenburg aan de Geul

Verhalen · 2021 · Valkenburg centrum

Het water aan de vensterbank

Opgetekend uit het verhaal van Ron Kuipers

Valkenburg centrum met het hoge water
Valkenburg centrum met het hoge water

Ik zal die avond in juli 2021 nooit vergeten.

Overdag had het al uren geregend. Niet zo’n zomerbuitje waarbij je even wacht tot het voorbij is, maar regen die maar bleef komen. In Valkenburg praatten we erover alsof het allemaal wel mee zou vallen. De Geul was hoog, veel te hoog misschien, maar zoiets hadden we vaker gezien.

Totdat ik het water zag.

Ik stond thuis bij het raam toen ik een donkere stroom door de straat zag trekken. Eerst langzaam, daarna steeds sneller. Ik deed de voordeur open en keek naar buiten. Het water stond inmiddels boven mijn schoenen.

“Dit klopt niet,” mompelde ik.

Binnen een uur stond het water in de gang.

Ik probeerde spullen omhoog te zetten. Stoelen op tafels, dozen op kasten, apparaten van de grond. Maar het water was sneller dan ik. Vanuit het centrum klonken stemmen en sirenes. Mensen liepen door het water op zoek naar familie of een veilige plek.

Toen het water mijn vensterbank bereikte, wist ik dat dit geen gewone overstroming meer was.

Ik keek naar de hoogte van het water en dacht aan de hotels, winkels en woningen in het centrum. Alles wat Valkenburg zo vertrouwd maakte, stond nu onder druk. De straten waren veranderd in rivieren. Auto’s dreven tegen muren en deuren. De Geul had haar grenzen verlaten en nam de stad mee.

Die nacht leek eindeloos.

De elektriciteit viel uit. In het donker hoorde ik vooral water. Het klotsen tegen de muren, het tikken van regen tegen de ramen en af en toe een harde klap wanneer ergens iets tegen een gevel botste.

Ik zat op de verdieping en keek naar beneden.

210 centimeter.

Dat getal zal voor altijd in mijn hoofd blijven zitten.

Ik dacht aan mijn huis, maar ook aan de mensen die misschien alleen zaten. Aan ouderen die niet meer naar boven konden. Aan gezinnen met kinderen. Aan de hotelgasten die midden in de nacht hun kamers moesten verlaten.

Slapen lukte niet.

Toen het eindelijk licht werd, zag Valkenburg eruit alsof iemand de stad had gewist en opnieuw had getekend.

Modder lag overal. Meubels dreven in kamers. Winkels waren gevuld met water en zand. Hotels die normaal vol leven waren, waren stil. De straten lagen bezaaid met afval, takken en spullen die door het water waren meegesleurd.

Maar tussen alle ellende gebeurde iets bijzonders.

Mensen hielpen elkaar.

Buren die elkaar nauwelijks kenden, stonden samen water weg te scheppen. Jongeren hielpen ouderen hun spullen naar buiten te dragen. Winkeliers probeerden te redden wat nog te redden viel. Vanuit alle kanten kwamen vrijwilligers.

Dagenlang werd er schoongemaakt.

Scheppen, sjouwen, dweilen. Steeds opnieuw.

Ik liep op een ochtend door het centrum en zag mijn eigen stad nauwelijks terug. Toch voelde ik iets wat ik moeilijk kan uitleggen.

Valkenburg was getroffen, maar niet gebroken.

Sindsdien kijk ik anders naar water aan de vensterbank.

Want voor mij is die vensterbank niet langer gewoon een stuk steen onder het raam.

Het is de plek waar ik besefte dat niets vanzelfsprekend is.

En dat je pas echt weet wat een stad betekent, wanneer het water komt.

Hoort bij Wateroverlast

Herkent u dit?

Iedere Valkenburger draagt er één met zich mee. Wij tekenen het op en bewaren het.

Vertel jouw verhaal